Sprint 1 · First Flight  ·  US2: Variabelen, input & f-strings

Als developer die net met Python begint, wil ik weten welke basistypes er zijn, hoe ik invoer inlees en hoe ik tekst opmaak met f-strings, zodat ik gegevens kan verwerken zonder dat mijn berekeningen stuklopen op het verkeerde type.

Taak 1: De vier basistypes

Elk programma werkt met data. Python kent vier soorten om mee te beginnen: tekst, hele getallen, kommagetallen en waar/niet waar. In de vorige taak zag je wat er gebeurt als je ze door elkaar haalt. Nu leer je ze uit elkaar houden.

De basistypes op een rij

TypeVoorbeeldWaarvoor
str"web01"Tekst. Altijd tussen aanhalingstekens.
int80Heel getal. Om mee te rekenen.
float1.5Kommagetal. Let op: een punt, geen komma.
boolTrueWaar of niet waar. Altijd met een hoofdletter.
NoneTypeNoneGeen waarde. De variabele bestaat wel.
server_name = "web01"       # str
cpu_load = 80               # int
temperature = 36.6          # float
is_online = False           # bool
last_error = None           # NoneType

Je hoeft nergens te zeggen welk type iets is. Python kijkt naar de waarde en bepaalt het zelf. Wil je weten wat er in zit? Vraag het met type():

print(type(cpu_load))       # <class 'int'>
Een komma is geen punt
temperature = 36,6 geeft geen foutmelding. Maar je krijgt geen getal — je krijgt twee getallen. Gebruik altijd 36.6.
>_ Oefenomgeving: Type Checker

Vraag aan Python met welk type je werkt. Typ de regels hieronder.

  1. type(80) — een heel getal.
  2. type(1.5) — een kommagetal.
  3. type("web01") — tekst. Vergeet de aanhalingstekens niet.
  4. type("80") — een getal dat vermomd is als tekst.
  5. type(1,5) — met een komma. Kijk wat er gebeurt.
  6. type(None) — geen waarde.
Python 3.11 REPL Simulator. Typ je commando en druk op Enter.
>>> 

Jouw Opdracht: Een serverstatus in variabelen

Maak een nieuw Python-script. Bedenk welke gegevens een server over zichzelf bij kan houden. Denk aan een naam, een cpu-belasting, een temperatuur, en of hij online is.

Maak voor elk gegeven een variabele. Kies zelf het juiste type. Print daarna van elke variabele de waarde én het type.

Acceptatiecriteria

  • Je script heeft minstens vijf variabelen. Alle vijf de types komen voor: str, int, float, bool en None.
  • Alle namen staan in snake_case en zijn Engels.
  • Je gebruikt minstens één string-method, bijvoorbeeld .upper() of .strip().
  • Je print van elke variabele de waarde en het type met type().
  • Je script draait zonder NameError of SyntaxError.
  • In commentaar leg je bij het None-veld uit waarom daar geen 0 staat.